Schoenadvies

• Neem de tijd voor het kopen van schoenen.
• Doe dit in de namiddag omdat sommige voeten dikker en gevoeliger worden in de loop van de dag.
• Koop altijd schoenen op uw langste voet.
• Schoenen lopen nooit uit in de lengte. Let op: maat 39 van het ene merk is vaak groter dan maat 39 van het andere merk.
• Let op dat er geen naden of versieringen over pijnlijke plekkern op uw voeten lopen. Ter hoogte van deze naden loopt u een schoen niet uit.
• Zorg dat uw schoenen een goede wreefsluiting hebben. Deze moet de voet goed achterin de schoen houden, zodat uw tenen in de lengte breedte en hoogte ruimte hebben.
• Zorg dat uw schoenen een stevige hielomsluiting hebben. Deze zorgt ervoor dat uw voet netjes op de binnenzool blijft staan en zorgt voor stabiliteit.
• Een schoen moet lekker lopen en niet alleen lekker zitten. U kunt vaak zelf bepalen welke hakhoogte u het prettigst vindt, maar hoger dan 4 cm is niet goed.
• Draagt u (steun)zolen pas dan altijd beide schoenen met uw zolen. Een schoen met een uitneembaar voetbed is vaak ideaal.

Algemene schoenadviezen.

1. Koop schoenen altijd in de namiddag, uw voeten kunnen in de loop van de dag dikker worden, de schoenen mogen dan niet knellen.
2. Laat altijd beide voeten opmeten. Veel mensen hebben de ene voet iets groter dan de andere voet. Pas daarom ook altijd beide schoenen, en koop de schoenen op de grootste voet. Kies voor de juiste lengte- en breedtemaat. Maat 40 van het ene merk is beslist geen maat 40 van het andere merk. Let dus niet alleen op de schoenmaat maar vooral op de pasvorm!
3. Loop een tijdje op de schoenen in de winkel. Neem de tijd voor het kopen van uw schoenen. Bij twijfel niet kopen. Schoenen ‘lopen’ niet uit, ze worden misschien iets soepeler maar nooit groter.
4. Een goed omsluitend contrefort (hielomsluiting) is belangrijk. Een stevig contrefort geeft stabiliteit aan de voet en daardoor minder kans op zwikken van de enkels. De hielomsluiting moet niet met de duim in te duwen zijn.
5. Zorg voor de goede sluiting op de wreef, het liefst een vetersluiting. Sluit de schoen altijd op de juiste manier (ook al in de winkel). De sluiting mag niet knellen of irriteren. Wanneer veters strikken problemen geeft kunt u ook elastieken veters gebruiken.
6. De tenen moeten in een schoen vrij kunnen bewegen. Er moet voldoende ruimte zijn bij de tenen, in de breedte maar ook in de hoogte, zodat tenen en nagels niet knel kunnen zitten.
7. De zool van een schoen moet soepel zijn en het liefst van rubber, dit geeft schokdemping en meer grip. De zool moet kunnen buigen bij de voorvoet, zodat een goede afwikkeling
mogelijk is.
8. De hakhoogte moet zodanig zijn dat de kuit ontspannen is. Voor het dagelijks gebruik is de maximale hakhoogte 3 cm. Hoe breder de hak van de schoen, hoe stabieler u op de schoen staat.
9. Let op dat er geen stiksels, naden of versieringen óp en ín de schoen, over pijnlijke plekken op uw voet lopen. Stiksels, naden en versieringen geven niet mee en worden dus ook niet soepeler. Voel ook altijd met uw hand in de schoen, om te voelen of de schoenen daar voldoende glad zijn.
10. Indien u gebruik maakt van podotherapeutische zolen, let er dan op dat de schoen
een losse binnenzool bevat. Vaak bevat een schoen losse comfortzooltje, als deze eruit gehaald wordt is er precies plaats voor een podotherapeutische zool. Bij sommige sandalen is dit ook het geval, dan kan een podotherapeutische zool ook daarin gedragen worden.

Voetverzorgingstips voor diabetische voet.
1. Was uw voeten dagelijks met lauw water en niet te vaak met zeep. Droog ze voorzichtig af met een zachte handdoek, in het bijzonder tussen en onder de tenen.
2. Voorkom een droge huid door deze in te smeren met vochtinbrengende crème. (bijvoorbeeld babyolie, vaseline, nivea, uierzalf). Let op! Smeer nooit crème of zalf tussen uw tenen, de huid kan hierdoor verweken.
3. Knip nagels recht af en niet te kort. Nooit hoeken wegknippen, hierdoor kunnen ingegroeide nagels ontstaan! Voorkom scherpe randen door nagels met een vijl glad te vijlen.
4. Knip, peuter of snij zelf niet aan eelt of likdoorns. Gebruik ook geen likdoornpleisters die bij drogist of apotheek verkocht worden. Deze kunnen de huid verbranden en beschadigen door de werking van eventuele chemische middelen.
5. Neem nooit langer dan 5 minuten een voetenbad, anders wordt de huid te week en hierdoor extra kwetsbaar voor wondjes en infecties. (3 keer per dag 5 minuten een voetenbad is beter dan 1 keer 15 minuten!) Gebruik bij een voetenbad geen soda of biotex, maar gewoon keukenzout. Spoel de voeten altijd na met schoon water. Bij wondjes geen voetenbad nemen, dit belemmert de genezing!
6. Vermijd te strakke sokken en panty’s met naden, of draag de naden binnenste buiten. Naden kunnen de huid beschadigen en de bloedcirculatie belemmeren.
7. Inspecteer iedere dag uw voeten om vreemde plekjes op te sporen. Bijvoorbeeld scheurtjes, wondjes, kloven, blaren, verkleuringen van de huid (blauw, roodheid) of veranderingen aan de teennagels. U kunt hiervoor eventueel een spiegel gebruiken om de onderkant van uw voeten te kunnen bekijken. Wanneer u, door bijvoorbeeld een slecht gezichtsvermogen, zelf uw voeten niet kan bekijken, vraag dit dan aan uw partner, familie of vrienden. Dit is erg belangrijk, omdat u zelf de eerste bent die eventuele problemen op deze manier kan opmerken.
8. Wanneer u wondjes heeft aan uw voeten, verzorg deze dan met betadine (jodium) en een pleister. Wanneer wondjes binnen 3 tot 5 dagen niet dicht zijn, laat deze dan controleren door huisarts, podotherapeut of diabetesverpleegkundige.
9. Regelmatige screenings (controles) zijn belangrijk. De podotherapeut, maar ook de doktersassistente/praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige kunnen uw voeten testen op gevoel (sensibiliteit) en doorbloeding.
Wanneer u verminderd gevoel heeft in de voeten zijn er een aantal extra maatregelen belangrijk;
– Loop niet op blote voeten, zelfs niet in huis. Loop dan liever op slippers of pantoffels. Loop niet op hete oppervlakken zoals een zandstrand of cementtegels rond bijvoorbeeld een zwembad. Draag bijvoorbeeld waterschoenen op het strand of in zee.
– Test altijd de watertemperatuur met uw elleboog of thermometer. Door aantasting van de zenuwen is het mogelijk dat u niet voelt of het water te heet is, waardoor de kans op verbranding ontstaat.
– Schoenen mogen geen voelbare naden of stiksels aan de binnenkant hebben. Controleer de binnenzijde van uw schoen met de hand op eventuele steentjes of onregelmatigheden vóór u de schoen aantrekt.
Vertrouw dus niet op uw gevoel! Door zenuwbeschadiging voelt u minder snel pijn of onregelmatigheden.

Adviezen bij het dragen van een orthese (teenstukje)
Gebruik van een orthese
• In het begin zal de orthese niet altijd erg comfortabel zitten, geef uw voeten de tijd om even te wennen. Bouw het gebruik van de orthese geleidelijk op, begin bijvoorbeeld met een half uur per dag.
Normaal gesproken moet u na 1 á 2 weken gewend zijn.
• De orthese mag geen pijn doen of blaartjes veroorzaken. U kunt dit binnen 1 week constateren. Probeer de orthese eventueel eens in andere schoenen. Blijven er problemen, neem dan contact op met uw podotherapeut.
• ‘S nachts hoeft u de orthese niet te dragen.
• De orthese blijft het beste zitten met sokken en dichte schoenen, mits daar voldoende ruimte voor is. Houd bij het kopen van nieuwe schoenen dus ook rekening met de orthese.
• Probeer, indien mogelijk, de orthese altijd met twee handen aan te brengen en te verwijderen (nooit trekken).
Onderhoud
• U kunt de orthese wekelijks afwassen met handzeep, daarna wel goed laten drogen.
• Kleine beschadigingen aan de orthese kunnen door uw podotherapeut vaak nog (kosteloos) gerepareerd worden, zorg er dan welk voor dat u alle gedeeltes van de orthese nog heeft. U kunt deze afgeven bij uw podotherapeut.
TIP: Neem bij het kopen van nieuwe schoenen, de orthese mee.